Week 10, jaargang 2007
 
Artikelen
> Duwtje in de rug voor ex-daklozen
> Succesvolle aanpak wanbetalers Delfshaven
> Hoogvlieters maken glasmozaïek
> Tuinen te huur voor senioren
> Studenten maken billboards
> Kunstkijken met SKVR

Rubrieken
> Trots op de stad
> Sociaal Raadslieden
> Adressen

 

print dit artikel | email dit artikel | terug naar vorige pagina

Maatschappelijke opvang
Duwtje in de rug voor ex-daklozen

‘Not in my backyard!’ is vaak de eerste reactie van mensen op daklozenopvang in hun buurt. Ook onder bewoners van Rotterdamse deelgemeenten was soms grote weerstand tegen de plannen van het gemeentebestuur om 1740 dak- en thuislozen te helpen aan huisvesting en gepaste zorg. Kunnen de kinderen nog veilig buiten lopen, moeten er extra sloten op de deur, zitten er straks dealers op de stoep? En wat gebeurt er allemaal, achter de deuren van zo’n woonpand voor ex-daklozen?

Didus Pronk in de knusse kamer, die hij met Natasja bewoont.
Halverwege 2005 vierde drugshandel hoogtij in de omgeving van de Slaghekstraat. Buurtbewoners wezen beschuldigend naar het pas geopende woonpand voor dak- en thuislozen. Zie je wel, dat komt er nou van! Terwijl die ex-daklozen nou juist zo vreselijk hun best deden om af te rekenen met hun drugsverleden. En zij, zoals gebruikelijk bij de opening van nieuwe opvang, de buurtbewoners alle kans hadden geboden om hen te leren kennen. Als antwoord op de beschuldigingen deden zij zelf aangifte van drugsoverlast. Sindsdien is het contact met de buurt verbeterd, vertelt Jan van der Gaag, die het opvangpand aan de Slaghekstraat als teamleider ambulante woonbegeleiding van Stichting Ontmoeting onder zijn hoede heeft. Van der Gaag begrijpt de bezorgdheid van omwonenden. ‘Daarom’, zegt hij, ‘is het zo belangrijk om de komst van een opvangpand goed voor te bereiden, door ruim de tijd te nemen om met bewoners en organisaties in een wijk te praten en hen te laten zien dat onze bewoners geen criminelen zijn, maar burgers die graag een plek in de maatschappij willen bemachtigen.’ Hij merkt dat dit vaak helpt: ‘In sommige wijken konden buurtbewoners zo goed opschieten met de bewoners van het opvangpand, dat ze hen niet meer kwijt wilden.’


Het pand in de Slaghekstraat biedt ruimte aan maximaal twaalf personen, die allemaal een eigen kamer hebben. Van daaruit werken zij onder begeleiding aan hun terugkeer in de maatschappij. Mensen, zoals Van der Gaag hen omschrijft, ‘die een duwtje in de rug nodig hebben om zelfstandig mee te kunnen doen in de maatschappij.’ Mensen, meestal mannen, die alles zijn kwijtgeraakt, vaak door een complex van factoren: verslaving, schulden, echtscheiding, psychiatrische stoornissen en die geen sociaal netwerk hebben om op terug te vallen.

Structuur bieden
Dak- en thuislozen kunnen zich aanmelden bij Stichting Ontmoeting voor ambulante woonbegeleiding. Na de intake stippelen zij samen met hulpverleners een plan op maat uit. De bewoners werken naar een doel toe, zoals stoppen met drugs, drank of gokken, schulden kwijtraken, werk vinden. Om een dagritme op te bouwen, helpt een woonbegeleider hen om structuur aan te brengen in hun dagelijkse bezigheden: op tijd opstaan, boodschappen doen, schoonmaken. Bewoners volgen –zo nodig- therapie en krijgen begeleiding bij het vinden van werk of een opleiding. Minimaal drie dagen per week moeten zij iets te doen hebben. Veel van hen doen vrijwilligerswerk via de OKbank, of werken, via het reïntegratietraject van het CWI bij verpleeghuizen, Gemeentewerken of ROTEB, of doen productiewerk. Een werktrajectbegeleider ondersteunt hen hierbij. Mensen die niet kunnen werken, volgen activiteiten in dagactiviteitencentra, die al dan niet horen bij de organisatie waaronder hun woonbegeleiding valt.

Huisje-boompje-beestje

Gered van een ‘one-way-ticket’ naar de bajes, zo voelt Didus Pronk (35) zich, dankzij Maatschappelijke opvang. Terwijl hij koffie zet op zijn espressoapparaat (‘gevonden bij het afval, nog helemaal nieuw!’) vertelt hij hoe hij, samen met vriendin Natasja, in het woonpand aan de Slaghekstraat terechtkwam.

Het stel deelt een knus ingerichte benedenetage met tuintje, waar poes Spronkie vrolijk ronddartelt. Al een beetje huisjeboompje- beestje, precies wat Didus met zijn leven wil. En dat gaat lukken, daarvan is hij overtuigd, ook al heeft hij in zijn leven zowat alles tegen gehad. ‘Voor mij viel het kwartje steeds te laat, ik fietste steeds achter de feiten aan’, omschrijft hij zijn tot nu toe onfortuinlijke levensloop, die begon als drugsbaby. Hij werd uit huis geplaatst, was zelf verslaafd, maar voltooide desondanks een HBO-opleiding in de groensector en schopte het tot manager met een leaseauto. Het ging mis toen zijn verloofde drie dagen voor de trouwdag verongelukte. Daarna overleed ook nog zijn zus. In een bordeel ontmoette hij Natasja. ‘Mijn nieuwe missie werd om haar uit de prostitutie te krijgen’, vertelt hij, ‘dat is uiteindelijk gelukt.’ Het paar werd dakloos. Didus bouwde schulden op, doordat hij niet kon werken, en geen uitkering kreeg, omdat hij voor de instanties onvindbaar was. ’Ik was ook spoorloos voor mezelf’, omschrijft hij zijn toenmalige psychische toestand.’ Om aan geld te komen, pleegde hij diefstallen, waardoor hij in de bak belandde. In die periode kwam Natasja met Ontmoeting in contact. Natasja werkt bij een verpakkingsfirma in Utrecht, Didus hoopt ook ooit weer aan de slag te gaan. Hij krijgt woonbegeleiding en steun bij zijn schuldhulpverlening bij Ontmoeting en psychotherapie bij de BoumanGGZ. ‘Ik wil het in één keer goed aanpakken’, zegt hij, ‘anders val ik weer terug. Maar via dit traject gaat het vast en zeker lukken.’

Opvang dak- en thuislozen

De gemeente Rotterdam startte in februari 2006 met een ambitieus programma voor de opvang van dak- en thuislozen. De gemeente wil op termijn afstappen van grootschalige dag- en nachtopvang. In plaats daarvan komen er in Rotterdam en regio 26 nieuwe woonvoorzieningen en enkele klinieken.

De maatschappelijke opvang wordt kleinschaliger en is gericht op wonen met begeleiding en dagbesteding. Voormalig dak- en thuislozen krijgen dan weer zicht op een zo normaal mogelijk leven. Uiteindelijk moet ook de overlast verminderen. Van de negentien benodigde voorzieningen in de stad zijn er zes gevonden. Buiten de stad komen zeven voorzieningen waarvan er nu vier bekend zijn. Voor 2010 moet de eerste fase van het programma zijn afgerond. Uitgangspunt voor bekendmaking van de locaties is ‘voorrang voor de buurt’. De buurt heeft als eerste recht op informatie. Met de omwonenden worden goede afspraken gemaakt over de manier waarop de nieuwe woonvoorziening een plek krijgt in de straat.



Informatie
Kijk voor meer informatie over opvang van dak- en thuislozen op www. dakloosinrotterdam.nl